Chocolade

Chocolade is bij een temperatuur boven 45°C een vloeibare substantie. Dat komt omdat dan de cacaoboter volledig is gesmolten. In vloeibare vorm kan chocolade in vormen worden gegoten of gespoten. Door de vloeibare chocolade vervolgens onder nauwkeurige procescondities te koelen stolt en krimpt ze, zo ontstaan de bekende pastilles, tabletten enzovoort.



 De samenstelling van chocolade is in de Warenwet geregeld. Daarin is vastgelegd welke ingrediënten chocolade mag en moet bevatten en in welke hoeveelheden. Chocolade bestaat tenminste uit de volgende ingrediënten:


Bij de bereiding worden de ingrediënten samen gemengd en daarna tussen walsen vermalen. Hierdoor worden de aanwezige poederdeeltjes zo fijn vermalen dat ze niet meer als deeltjes te proeven zijn. Zo ontstaat de zalige smaak van chocolade. De smaak wordt verder verfijnd door het concheerproces. Tijdens het concheren wordt de chocolade vele uren intensief gekneed en belucht. De temperatuur tijdens het proces bepaalt in grote mate de uiteindelijke smaak. De lecithine - gewonnen uit sojabonen- wordt gebruikt om chocolade de gewenste vloeibaarheid en smeuiigheid te geven.

  • nieuws bij droste