1918 - 1939 Droste krijgt wereldfaam

Na de Eerste Wereldoorlog trekken de productie en omzet onder leiding van Gerardus Johannes Droste junior langzaam maar zeker weer aan. Eind 1920 wordt de firma omgezet in een naamloze vennootschap: de N.V. Droste's Cacao- en Chocoladefabrieken. Niet alleen de bedrijfsresultaten vertonen in die tijd een opwaartse lijn, ook het aantal werknemers neemt gestaag toe. Rond 1930 werken in de cacao- en chocoladefabriek aan het Spaarne meer dan 800 mensen. Bovendien bezit de vennootschap inmiddels een staf van 25 reizigers in het binnenland, die de taak hebben de Droste-producten aan te prijzen bij hun afnemers: speciaalzaken als banketbakkers, chocolaterie├źn en confiseurs. Ook buiten onze landsgrenzen timmert Droste aan de weg en neemt de naamsbekendheid in snel tempo toe. Er worden kantoren in Londen, Parijs, Praag, New York, Chicago en Boston geopend. In de jaren twintig en dertig werden Droste-artikelen per schip en trein vervoerd tot in de meest verre uithoeken van de wereld. Zowel in Rusland als in Zuid-Amerika leert men chocolade en cacao uit Haarlem kennen.

In 1923 krijgt Droste een nieuw beeldmerk, het is ontworpen door Jan Wiegman en wordt het 'pastille-mannetje' genoemd. Dit beeldmerk heeft zich door de jaren heen tot het boegbeeld van de Droste-chocolade gemanifesteerd.

De economische crisis van de jaren dertig laat ook Droste niet ongemoeid. Het bedrijf ziet zich in 1932 gedwongen de werkweek te verkorten van 48 naar 42 1/2 uur. Een extra tegenslag is het overlijden van Gerardus Johannes Droste junior in 1936. Hij was de man die het bedrijf jarenlang op voortreffelijke wijze heeft geleid. Zijn weduwe, mevrouw H.J. Droste-Savrij, wordt in 1937 presidentdirectrice.

1939 - 1945 Donkere tijden

nieuws bij droste